• Bestel online op uitgeverijoevers.nl
  • Gratis verzendkosten vanaf €15,00!
'Een meesterlijke roman.' - Peter Terrin
Merethe Lindstrøm

Dagen in de geschiedenis van stilte

Roman Paperback, 248 pag. Vertaald uit het Noors door Sofie Maertens & Michiel Vanhee ISBN 9789493290341

22,50

Op voorraad
Bestel direct bij Oevers!
  • Gratis verzending in Nederland vanaf €15,00
  • Bezorging binnen 1-3 werkdagen (BE 2-4)
  • Ontvang gratis de nieuwste catalogus
  • Boekbeschrijving
  • Recensies
  • Fragment

Winnaar van de Literatuurprijs van de Noordse Raad 2012*: ‘In zachtaardig, nauwkeurig en doordacht proza vertelt Lindstrøm hoe een dramatisch verleden langzaam doorbreekt in het leven en bewustzijn van een oudere vrouw.’

★★★★★ in De Standaard der Letteren.

Eva en Simon hebben het grootste deel van hun volwassen leven samen doorgebracht. Hij was arts en zij lerares, en ze hebben drie volwassen dochters en een comfortabel huis. Maar wat hen bindt is niet alleen genegenheid en solidariteit, maar ook de pijnlijke feiten van hun respectieve geschiedenissen, die ze zelfs voor hun eigen kinderen verborgen houden. En waarom, vragen hun dochters zich ontstemd af, is Marija, de huishoudster waar Eva en Simon zo sterk aan gehecht waren, van de een op de andere dag ontslagen? In de stilte van hun huis en met Simons toenemende terugtrekking in zichzelf, in zijn eigen stilte, is het verleden niet meer te verdringen.

Dagen in de geschiedenis van stilte is een strak, gecondenseerd familiedrama over verhulling en stilte. Over de liefde tussen twee mensen die belangrijke keuzes hebben gemaakt die hun hele bestaan ​​bepalen, om vervolgens te ontdekken dat er iets niet langer genegeerd kan worden. Het verleden komt niet alleen terug, het is er altijd al geweest.

* Literatuurprijs die jaarlijks door de Noordse Raad wordt toegekend aan een schrijver uit een van de lidstaten: Denemarken, Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden, Åland, Faeröer, Groenland. De prijs geldt in de lidstaten als de belangrijkste literaire erkenning na de Nobelprijs.

‘Een parel.’
– Grietje Braaksma, Boek van de Week op NPO Radio 4

‘Het zijn twee visitekaartjes tegelijk die de Noorse Merethe Lindstrøm aflevert: om te beginnen kondigt ze zich met “Dagen in de geschiedenis van stilte” aan als een auteur die het ook in ons taalgebied ten zeerste verdient om ge­lezen te worden. Vervolgens tonen de openingszin en bij uitbreiding het volledige eerste hoofdstuk meteen de superieure literaire kwaliteit van de roman.’
De Standaard der Letteren ★★★★★

‘De Noorse Merethe Lindstrøm verkent in deze uiterst intieme, schitterende roman hoe het verleden niet ongedaan kan worden gemaakt, hoe graag het ook wordt toegedekt.’
– Trouw

‘Mag ik u feliciteren? Ik las net Merethe Lindstrøms Dagen in de geschiedenis van stilte. Een parel. En het doosje waarin die parel aan de lezer gepresenteerd wordt, uw vormgeving, de kwaliteit van papier en boek, de opmaak en vertaling, doet die parel waarlijk schitteren. Ik hoop dat meer werk van Lindstrøm langs de Zaan uw uitgeverij mag bereiken!’
Peter Terrin

‘Lindstrøms taal is secuur, zacht en weloverwogen, vol adempauzes (het boek is prachtig vertaald door Sofie Maertens en Michiel Vanhee).’
De Groene Amsterdammer

‘In een lange innerlijke monoloog worstelt Eva met de nieuwe realiteit van een echtgenoot die zich steeds minder goed laat bereiken. Het proza van Lindstrøm is fijnzinnig, beeldend en suggestief. Een woord als ‘eenzaamheid’ wordt nergens genoemd, maar klinkt onmiskenbaar tussen de regels door. Knap gedaan.’
– De Volkskrant

‘Een van de sterkste romans die ik dit najaar heb gelezen. (…) Tijdens het lezen voel je dat er meer is dan op het eerste gezicht lijkt, dat er iets verborgen blijft in de tekst. Aan het einde van het boek verlang je ernaar om de roman nog een keer te lezen. Om die reden zou ik Dagen in de geschiedenis van stilte een klein meesterwerk willen noemen.’
– De Noorse krant Klassekampen

‘Deze opmerkelijke roman onderzoekt het thema van stilte in veel verschillende vormen – een kinderspel, een toevluchtsoord, een leugen, een straf, een oplossing – en toont de impact ervan op degenen die verlangen naar een gesprek. (…) Het proza ​​is eenvoudig en elegant en onthult een buitengewoon talent.’
Publishers Weekly

‘Naast Jon Fosse en Dag Solstad is Lindstrøm de Noorse schrijver met de beste kansen als kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur.’
– Adresseavisen

‘Een klein meesterwerk (…) Het is indrukwekkend hoe Lindstrøm een ​​klein kamerspel componeert en een zo kwetsbaar en delicaat bestaan ​​een spiegel voorhoudt zonder grote woorden te hoeven gebruiken. De taal is elegant en aangenaam, maar de sfeer is zo suggestief in zijn rustige drama. Ze heeft een tekstueel mozaïek gecreëerd van een leven dat een veelheid aan lezers verdient.’
– Dagbladet

Soms word ik wakker en denk ik dat ik Simons stem hoor, de stem die ik meer en meer vergeet naarmate die beetje bij beetje wordt vervangen door stilte. Ik word wakker en besef dat ik hem in mijn slaap moet hebben gehoord. Hij zegt zo zelden iets.

Hij kijkt uit op een duister landschap, de ouderdom. Helena, onze jongste dochter, belde een paar weken geleden om te zeggen dat ze haar vader had opgepikt bij een bushalte, waar hij, zo leek het, het blad met de vertrektijden stond te bestuderen.

Papa, had ze naar hem geroepen. Waar ga je naartoe?

Waar wilde hij naartoe? vroeg ze me nadat ze hem terug naar huis had gebracht.

Ik kon haar geen antwoord geven. Ik weet het niet, zei ik. Ik maak me zorgen, fluisterde ze zodat Simon het niet kon horen. Hij had gewoon kunnen weglopen.

Een paar dagen later kwam ze langs met de envelop en het aanvraagformulier. Ze legde het op het tafeltje in de hal.

Ik leg het hier, mama, zei ze. Ik zag dat ze in de hal stond, in de schemering. Helena die nog maar een baby was toen de episode plaatsvond. Ik had vergeten het licht aan te doen. Ik vond de schakelaar.

Er bestaan verzorgingstehuizen waar hij gelukkig zou zijn. Hij moet ergens naartoe, zei ze, wijzend naar de envelop alsof die haar woorden zou onderstrepen.

Een plek waar iemand voor hem zorgt, ging ze verder. Ik kan je niet alleen de verantwoordelijkheid voor hem laten dragen. Nu hij voortdurend wegloopt, nu hij zo stil is.

Ze praatte lang, haar stem weergalmde in de hal. Ze heeft niet zo’n krachtige stem, maar het leek of ze had nagedacht over wat ze zou zeggen. Ze omhelsde me toen ze wegging. Dat doet ze altijd. 

Een verzorgingstehuis.

Ik zag het liggen. Ik heb het laten liggen.

Het formulier. Het zal mijn gedachten beheersen, wat ik ook doe.

Op sommige dagen herinner ik me niet meer hoe hij klonk, zijn stem, of die zo donker was als ik denk, ik kan me hem niet meer voorstellen. Zijn stilzwijgen. Het aantal woorden neemt gaandeweg af, alsof iets opdroogt door gebrek aan voeding. Sinds hij met pensioen was, vond hij het prettig om er alleen op uit te trekken, de bus te nemen naar de stad en de heuvel op te lopen naar de universiteit. In de oude tuin van het Natuurhistorisch Museum te zitten, waar de stemmen van de studenten op straat te horen zijn, waar planten, struiken en bomen staan met hun naam en familie op een klein bordje. Ongestoord, omheind. Hier zit hij terwijl de dag boven de stad drijft en eindigt wanneer het licht achter de bomen wegzakt, achter een van die bergen, misschien leest hij of staart hij gewoon naar zijn vingers die het boek vasthouden, naar de studenten die voorbijlopen en de indruk wekken van een verknipte beweging achter het hoge, groene hek.

Meestal belde ik hem als hij op stap was, na een paar uur belde ik hem, daarna volgde een gesprek waarin we bespraken wat hij moest meebrengen, want meestal deed hij boodschappen op weg naar huis. Ik zei wat we nodig hadden en hij hoefde het niet op te schrijven, hij kende het uit zijn hoofd.

Telefoneren heeft hij nooit prettig gevonden, ik ben altijd de grootste prater geweest, maar er veranderde iets. In het begin, de eerste weken of maanden, merkte ik het niet, het sloop erin. De pauzes, de stilte. Hij sloot de gesprekken zodanig abrupt af dat ik hem soms terugbelde om te vragen of ik iets verkeerds gezegd had.

Nee, wat zou dat dan wel zijn, antwoordde hij. En vooral zijn antwoorden baarden me zorgen. Hij antwoordde altijd hetzelfde. Alsof hij een kort lijstje had met antwoorden waartussen hij varieerde en hij dat lijstje voor zich hield en de antwoorden uitkoos die eventueel konden passen. En soms pasten ze niet.

Soms kwam hij thuis met de boodschappen, en soms was hij ze vergeten. Ik zei dat ik eten wilde maken, heb je honger, nee, bedankt, zei hij dan, of daar heb ik niet aan gedacht. Hij ging zitten lezen tot ik het eten voor zijn neus neerzette en dan nam hij een hap en de volgende iets later, tot het eten koud was en het al laat in de avond was.

Zijn stilzwijgen kwam geleidelijk, in de loop van een paar maanden, een half jaar. Af en toe zegt hij bedankt voor het eten of tot straks. Hij is formeel geworden, zoals een hotelgast, schijnbaar koud, als een toevallige passagier in de bus tegen wie je aanloopt. Slechts heel af en toe zie ik dat hij door het raam naar buiten staat te kijken of glimlacht om iets wat hij leest of op televisie ziet, en dan denk ik dat hij terug is. Alsof hij echt op reis is geweest. Maar als ik dan vraag waar hij naar kijkt of wat er zo grappig is, kijkt hij me gewoon onbegrijpend aan. De dokter, een van zijn jongere collega’s, zegt dat hij simpelweg oud geworden is. De oplossing, want natuurlijk bestaan er oplossingen voor dergelijke situaties, waarom zouden we anders een dokter opzoeken, is een zorgcentrum, een dagbestedingscentrum waar Simon twee keer per week verblijft.

Ik breng hem erheen. Ik breng hem altijd ergens heen. Hij gaat zitten in de bijrijdersstoel in de auto en wacht tot ik kom. De eerste keer dat we erheen gingen werden we onthaald door een afdelingshoofd en door gangen geloodst die deden denken aan tunnels met plastic wanden, geïnstitutionaliseerd grijswit, decoratieve grafische kunst met milde motieven, deuren met houten hartjes eraan, en aan het eind van een van de gangen was er een kamer met glazen deuren. In dat lokaal zat een groepje mensen. Niemand keek op toen we binnenkwamen. De ouderen zaten aan een tafel, twee medewerkers praatten zachtjes met elkaar. Simon kreeg een stoel aan de tafel bij de anderen. Hij bleef glimlachen. Maar toen ik weg wilde gaan, volgde hij me met zijn blik. Zijn ogen, zijn handen op de tafel, zijn hangende schouders in deze kamer, op deze plek. Dit is geen plek waar je thuishoort.

Als ik nu weer buitenkom, staan er vaak twee jonge verpleegkundigen te roken aan de ingang. Ooit zag ik een van hen zijn sigarettenpeuk op de grond gooien en uittrappen terwijl ik langsliep. Het deprimerende van die beweging. Ik ben verschillende keren op de parkeerplaats blijven staan, als een mythologische figuur, in twijfel, hier loopt de grens tussen de onderwereld en onze eigen wereld, ik steek het kleine stuk asfalt over, Simon in de gangen daarbinnen, als ik me nu omdraai, is hij voor altijd verdwenen. Ik moet het aan iemand vertellen, hoe het voelt, waarom het zo moeilijk is om samen te wonen met iemand die ineens stil is geworden. Het is niet alleen het gevoel dat hij er niet meer is. Het is het gevoel dat je er zelf ook niet meer bent.

Home Merethe Lindstrøm Dagen in de geschiedenis van stilte